TURNTABLE SETUP
ZO STEL JE EEN PLATENSPELER GOED AF
Een platenspeler uitpakken en aansluiten is niet hetzelfde als hem goed instellen.
Een verkeerde naalddruk, een scheve ondergrond of een onjuiste aansluiting kan zorgen voor vervorming, overslaan, brom of onnodige slijtage. Soms klinkt een nieuwe platenspeler daardoor teleurstellend, terwijl het probleem niet in de apparatuur maar in de installatie zit.
Niet iedere platenspeler vraagt om dezelfde handelingen. Sommige automatische modellen zijn grotendeels in de fabriek ingesteld. Andere modellen geven je volledige controle over toonarm, element, naalddruk en anti-skating.
De handleiding van jouw platenspeler en element blijft daarom altijd leidend. Met de onderstaande volgorde weet je wel precies wat je moet controleren.
BEFORE YOU BEGIN

WERK RUSTIG EN BESCHERM DE NAALD
Een stylus is klein, kwetsbaar en kostbaar. Eén onvoorzichtige beweging kan voldoende zijn om de naald of cantilever te beschadigen.
Maak daarom eerst voldoende werkruimte. Haal nog geen plaat uit de hoes en zet de platenspeler nog niet aan.
Controleer of je beschikt over:
• de handleiding van de platenspeler;
• de gegevens van het gemonteerde element;
• de aanbevolen naalddruk;
• een kleine waterpas;
• eventueel een digitale naalddrukmeter;
• eventueel een uitlijnsjabloon wanneer je zelf een element monteert.
Laat de naaldbeschermer tijdens de eerste montagehandelingen zitten. Verwijder hem pas wanneer je de toonarm gaat balanceren en doe dat precies zoals de fabrikant voorschrijft.
Til een element nooit aan de naald op en raak de naaldpunt niet aan.
FIND THE RIGHT PLACE
BEGIN MET EEN STABIELE ONDERGROND
Een platenspeler zet kleine bewegingen uit de groef om in een elektrisch signaal. Trillingen uit de kamer kunnen daarom ook worden opgepikt.
Plaats de platenspeler op een stevige, vlakke en stabiele ondergrond.
Vermijd:
• een wiebelende kast;
• een dunne plank die doorbuigt;
• een plek direct naast een luidspreker;
• een meubel dat meetrilt met de vloer;
• een radiator of andere warmtebron;
• direct zonlicht;
• een oppervlak waar mensen vaak tegenaan lopen.
Een wandplank kan een oplossing zijn wanneer een houten vloer sterk meeveert. Zorg dan wel dat de plank stevig en veilig is gemonteerd.
Plaats luidsprekers bij voorkeur niet op hetzelfde meubel als de platenspeler. Geluidstrillingen kunnen anders via het meubel terugkeren naar de naald en een dreunend of rondzingend effect veroorzaken.
LEVEL THE TURNTABLE
ZET DE PLATENSPELER WATERPAS
Controleer eerst het meubel en daarna het plateau.
Leg een kleine waterpas op het plateau en meet van links naar rechts en van voor naar achter. Verstel de voetjes wanneer jouw platenspeler die mogelijkheid heeft. Anders kun je het meubel zorgvuldig corrigeren.
Een scheve platenspeler beïnvloedt de manier waarop de naald in de groef staat en kan de werking van de toonarm en anti-skating verstoren.
Controleer opnieuw nadat je de platenspeler hebt verplaatst. Een andere plek betekent vaak opnieuw afstellen.
PLATTER & BELT
MONTEER PLATEAU EN SNAAR CORRECT
Bij veel platenspelers worden het plateau en de aandrijfsnaar apart verpakt.
Volg de instructies voor jouw model. Bij een snaaraangedreven platenspeler loopt de snaar meestal rond de binnenzijde van het plateau en vervolgens om de motorpoelie.
Controleer of:
• de snaar vlak ligt;
• de snaar niet gedraaid is;
• er geen vet of vuil op zit;
• het plateau volledig op zijn as rust;
• de mat vlak op het plateau ligt;
• transportbeveiligingen zijn verwijderd.
Trek een snaar niet verder uit dan nodig. Raak haar bij voorkeur met schone, droge handen aan.
Bij een direct-drive platenspeler ontbreekt een losse aandrijfsnaar meestal. Plaats het plateau volgens de handleiding rechtstreeks op de aandrijving.
CHECK THE CARTRIDGE
IS HET ELEMENT AL GEMONTEERD?
Veel nieuwe platenspelers worden geleverd met een vooraf gemonteerd en uitgelijnd element. In dat geval hoef je het niet automatisch los te maken of opnieuw te positioneren.
Controleer alleen of:
• het element stevig vastzit;
• het recht in de headshell staat;
• de kleine aansluitdraden goed vastzitten;
• de stylus correct in het element zit;
• er geen zichtbare transportschade is.
Monteer je zelf een ander element? Dan moet het correct in de headshell worden geplaatst en uitgelijnd met een geschikte uitlijnsjabloon.
De juiste uitlijning hangt samen met de geometrie van de toonarm. Gebruik daarom de sjabloon en methode die bij jouw platenspeler of toonarm horen.
Draai de schroeven pas volledig vast wanneer de positie klopt. Houd het element daarbij recht en voorkom druk op de naald.
BALANCE THE TONEARM
LAAT DE TOONARM EERST ZWEVEN
Deze stap geldt alleen voor platenspelers met een verstelbaar contragewicht.
Zet de platenspeler uit. Plaats de anti-skating volgens de handleiding tijdelijk op nul. Verwijder de naaldbeschermer voorzichtig en houd de toonarm tijdens de hele handeling onder controle.
Ontgrendel de toonarm en draai het contragewicht langzaam totdat de arm horizontaal zweeft. De arm hoort vrij te balanceren zonder op het plateau te zakken of omhoog te trekken.
Laat de naald nooit over de mat of het plateau slepen.
Wanneer de arm goed zweeft:
-
Plaats de toonarm voorzichtig terug in de steun.
-
Vergrendel hem.
-
Houd het contragewicht zelf stil.
-
Draai alleen de genummerde schaalring naar nul.
De nul op de schaal betekent nu dat de arm in balans is. Er is op dat moment nog geen juiste afspeeldruk ingesteld.
SET THE TRACKING FORCE
GEBRUIK ALTIJD DE WAARDE VAN HET ELEMENT
Draai na het balanceren het volledige contragewicht naar de aanbevolen naalddruk van jouw element. De schaalring draait daarbij mee.
Gebruik nooit zomaar een standaardwaarde. Het juiste aantal gram verschilt per element en stylus.
De fabrikant vermeldt meestal:
• een toegestaan bereik;
• een aanbevolen waarde binnen dat bereik.
Gebruik de aanbevolen waarde als uitgangspunt. Een digitale naalddrukmeter kan helpen om te controleren of de schaal op het contragewicht werkelijk klopt.
Te weinig naalddruk is niet automatisch veiliger. De naald kan dan minder stabiel door de groef bewegen, vervormen of overslaan.
Te veel naalddruk veroorzaakt eveneens problemen en kan de slijtage van naald en plaat vergroten.
Blijf daarom altijd binnen het bereik dat de fabrikant voor jouw specifieke element voorschrijft.
SET THE ANTI-SKATE
HOUD DE NAALD IN BALANS
Tijdens het afspelen ontstaat een kracht die de toonarm naar binnen trekt. Anti-skating compenseert een deel van die kracht.
Bij veel platenspelers is dezelfde waarde als de ingestelde naalddruk een gebruikelijk startpunt. Dat is echter geen universele regel voor ieder ontwerp.
Volg daarom de handleiding van de platenspeler. Heeft jouw model geen verstelbare anti-skating? Dan kan deze in de fabriek zijn ingesteld of onderdeel zijn van het ontwerp.
Een onjuiste instelling kan leiden tot:
• ongelijkmatige kanaalweergave;
• vervorming in één kanaal;
• instabiele tracking;
• ongelijkmatige slijtage van de naald.
Ga niet willekeurig aan de instelling draaien wanneer alles goed functioneert. Begin met de fabrieksaanbeveling en pas alleen gecontroleerd aan.
CHECK THE SPEED
33⅓, 45 OF SOMS 78 RPM
Controleer voor het afspelen het juiste toerental.
De meeste lp’s draaien op 33⅓ toeren per minuut. Singles en sommige speciale uitgaven draaien op 45 toeren. Voor oude 78-toerenplaten heb je een geschikte snelheid én vaak een passende stylus nodig.
Selecteer het toerental volgens de aanduiding op de plaat.
Bij sommige snaaraangedreven modellen verander je de snelheid door de snaar handmatig naar een ander deel van de motorpoelie te verplaatsen. Andere modellen hebben een schakelaar.
Klinkt muziek structureel te hoog, te laag of onstabiel? Controleer dan:
• de gekozen snelheid;
• de positie en conditie van de snaar;
• of het plateau vrij draait;
• of transportbeveiligingen zijn verwijderd;
• of de platenspeler correct is aangesloten op de voeding.
Een stroboscoopschijf of geschikte toerentalmeter kan helpen wanneer je twijfelt aan de werkelijke snelheid.
PHONO OR LINE?
KIES DE JUISTE AANSLUITING
Het signaal van een traditioneel platenspelerelement is veel zachter dan een normaal lijnsignaal. Daarom is een phono-voorversterker nodig.
Die kan zich bevinden:
• in de platenspeler;
• in een losse phono-voorversterker;
• in een versterker of receiver met PHONO-ingang;
• in sommige actieve luidsprekers.
Heeft jouw platenspeler een schakelaar met PHONO en LINE? Dan bepaalt die welke voorversterking wordt gebruikt.
AANSLUITEN OP EEN PHONO-INGANG
Gebruik je de PHONO-ingang van een versterker of receiver? Zet de platenspeler dan doorgaans op PHONO. De interne voorversterker van de platenspeler wordt daarmee uitgeschakeld.
AANSLUITEN OP AUX, LINE, CD OF ACTIEVE LUIDSPREKERS
Gebruik je een gewone lijningang en heeft de platenspeler een ingebouwde voorversterker? Zet de platenspeler dan op LINE.
Een verkeerde combinatie herken je vaak snel:
• PHONO-uitgang naar een gewone lijningang: zeer zacht of nauwelijks geluid;
• LINE-uitgang naar een PHONO-ingang: veel te hard en sterk vervormd geluid.
Gebruik nooit twee phono-voorversterkers achter elkaar.
CONNECT THE GROUND
VOORKOM ONNODIGE BROM
Sommige platenspelers hebben een aparte aarddraad naast de audiokabels.
Sluit die aan op de ground- of GND-aansluiting van de phono-voorversterker, versterker of receiver wanneer de handleiding dit voorschrijft. Dit kan een lage brom verminderen.
Niet iedere platenspeler heeft een losse aarddraad. Bij sommige modellen loopt de aarding via de audiokabel of is ze intern geregeld.
Hoor je brom? Controleer dan:
• of de aarddraad goed vastzit;
• of de RCA-stekkers volledig zijn aangesloten;
• of PHONO en LINE correct zijn ingesteld;
• of voedingskabels niet onnodig langs de audiokabels lopen;
• of het element en de headshelldraden goed aangesloten zijn.
Zet apparatuur uit voordat je kabels opnieuw aansluit.
PLACE THE SPEAKERS
GEEF DE PLATENSPELER RUST
Zet luidsprekers niet direct naast de platenspeler en bij voorkeur niet op hetzelfde meubel.
Begin met een stabiele, symmetrische plaatsing van de luidsprekers en zorg dat beide ongeveer even ver van de luisterpositie staan.
Controleer vervolgens of lage tonen de platenspeler of het meubel laten meetrillen. Een zwaar dreunend geluid dat steeds sterker wordt, kan wijzen op akoestische terugkoppeling.
Vergroot dan de afstand, plaats de luidsprekers op aparte standaards of verbeter de ontkoppeling van de platenspeler.
THE FIRST PLAY
TEST MET EEN PLAAT DIE JE KENT
Gebruik voor de eerste luistertest een schone plaat die je goed kent en die niet uitzonderlijk waardevol is.
Controleer vóór het afspelen:
• staat de platenspeler waterpas?
• is de naalddruk correct?
• staat anti-skating volgens voorschrift?
• is het juiste toerental gekozen?
• zijn PHONO en LINE correct ingesteld?
• zit de aarddraad vast indien nodig?
• is de stylus schoon?
• is het volume eerst laag gezet?
Laat de naald rustig zakken met de toonarmlift. Duw de arm niet met de hand naar beneden.
Luister naar:
• een stabiele toonhoogte;
• gelijke weergave links en rechts;
• afwezigheid van sterke vervorming;
• afwezigheid van brom;
• stabiel volgen van de groef;
• normale weergave richting het einde van de plaat.
STOP WHEN SOMETHING IS WRONG
NIET DOORSPELEN BIJ EEN DUIDELIJK PROBLEEM
Stop en controleer de installatie wanneer:
• de naald voortdurend overslaat;
• één kanaal ontbreekt;
• de muziek sterk vervormt;
• de toonarm steeds naar binnen of buiten beweegt;
• de plaat zichtbaar slingert;
• er een harde brom aanwezig is;
• de stylus scheef lijkt te staan;
• de toonarm niet vrij beweegt.
Blijf niet testen met een waardevolle plaat. Zet de arm terug in de steun, schakel de platenspeler uit en controleer iedere stap opnieuw.
Forceer geen onderdelen. Wanneer iets niet overeenkomt met de handleiding, vraag dan advies aan de leverancier of een specialist.
FACTORY-SET TURNTABLES
NIET IEDER MODEL HOEFT HANDMATIG TE WORDEN AFGESTELD
Sommige volledig automatische en gebruiksvriendelijke platenspelers hebben geen verstelbaar contragewicht of anti-skatingknop.
Dat betekent niet automatisch dat er iets ontbreekt. De toonarm kan in de fabriek voor het meegeleverde element zijn ingesteld.
Bij zo’n model hoef je meestal alleen:
• transportmateriaal te verwijderen;
• plateau en mat te plaatsen;
• eventueel de snaar te monteren;
• de juiste audio-uitgang te kiezen;
• stroom en luidsprekers aan te sluiten;
• te controleren of de platenspeler stabiel en waterpas staat.
Probeer geen instellingen aan te passen die volgens de handleiding niet verstelbaar zijn.
THE TURNTABLE SETUP CHECK
VOORDAT DE EERSTE PLAAT DRAAIT
• Plaats de platenspeler op een stevig meubel.
• Houd afstand van luidsprekers en trillingen.
• Zet plateau en behuizing waterpas.
• Monteer plateau, snaar en mat correct.
• Controleer of het element goed vastzit.
• Lijn een nieuw element correct uit.
• Balanceer een verstelbare toonarm.
• Gebruik de aanbevolen naalddruk van het element.
• Stel anti-skating in volgens de handleiding.
• Kies het juiste toerental.
• Gebruik PHONO of LINE op de juiste manier.
• Sluit de aarddraad aan indien nodig.
• Controleer stylus en plaat op vuil.
• Begin met een laag volume.
• Test met een bekende, niet-zeldzame plaat.
SET IT RIGHT. PLAY IT BETTER.
Een platenspeler hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het verschil zit vooral in de volgorde en aandacht.
Begin met een stabiele, vlakke basis. Gebruik de instellingen van het gemonteerde element. Controleer de aansluiting voordat je het volume opendraait en forceer nooit een kwetsbaar onderdeel.
Een goed ingestelde platenspeler klinkt niet alleen beter.
Hij behandelt iedere groef zoals die bedoeld is.
KEEP DIGGING.
SJELF.