ARTIST STORY
Grace Jones
Grace Jones verbond disco, dub en artpop aan een stem die niemand anders kon leveren. Achter het beeld staat een eigenzinnige muzikale maker.
IMAGE CREDIT: Bruce Baker — Grace Jones live bij Sydney City Limits, 2018. Via Wikimedia Commons, CC BY 2.0. De weergave kan door het thema zijn uitgesneden.
Klikken laadt de Spotify-player. Spotify bepaalt wat je kunt afspelen.
Open in Spotify ↗Bij Grace Jones kan één laag uitgesproken zin meer ruimte innemen dan een uitbundig refrein. Haar stem hoeft niet te bewijzen dat ze aanwezig is. Ze staat er al. Rond die stem kunnen disco, reggae, new wave en funk van gedaante veranderen, maar het middelpunt blijft herkenbaar: beheerst, lichamelijk en vol eigen gezag.
MEER DAN EEN SILHOUET.
Jones werd geboren in Jamaica en verhuisde met haar familie naar de Verenigde Staten. Haar werk als model bracht haar ook naar Parijs. Mode, fotografie en muziek zouden in haar loopbaan nauw verbonden raken. Toch is het te gemakkelijk om de muziek alleen als begeleiding bij dat krachtige beeld te behandelen. De platen houden ook zonder foto een onmiskenbare persoonlijkheid.
Dat hoor je aan haar omgang met afstand. Jones kan een tekst bijna spreken en toch precies binnen de melodie blijven. Ze benadrukt niet automatisch de woorden die een andere zanger zou kiezen. Een korte stilte kan even suggestief worden als een aangehouden noot. Die timing maakt haar stem moeilijk te verwarren met die van iemand anders.
DISCO ALS EERSTE RUIMTE.
De eerste drie albums, Portfolio, Fame en Muse, verschenen tussen 1977 en 1979. Ze plaatsen Jones in de wereld van de disco, maar ook daar is haar voordracht geen doorsnee onderdeel van de begeleiding. De muziek kan glanzen en uitnodigen, terwijl zij een zekere afstand bewaart.
Haar versie van La Vie en rose laat horen wat een interpretatie kan zijn. Het lied wordt niet simpelweg sneller gemaakt of voorzien van een nieuwe achtergrond. De verhouding tussen verlangen en zelfbeheersing verandert. Jones laat de melodie uitwaaieren en houdt tegelijkertijd iets voor zichzelf. Daardoor klinkt de romantiek niet als een vaststaand gegeven, maar als iets dat zich langzaam ontvouwt.
COMPASS POINT VERANDERT HET PERSPECTIEF.
Met Warm Leatherette uit 1980 verschoof het geluid. In de Compass Point-omgeving, met onder anderen Sly Dunbar en Robbie Shakespeare, kregen bas, drums en de ruimte ertussen een andere rol. Chris Blackwell en Alex Sadkin waren belangrijke partners. De begeleiding hoefde niet ieder gaatje te vullen om krachtig te zijn.
Dat paste bij Jones. De lage stem kon tussen de ritmische accenten bewegen, zonder te moeten concurreren met een voortdurend volle productie. Covers werden grondstof voor een eigen muzikale wereld. Het oorspronkelijke genre van een nummer bepaalde niet langer wat ermee mogelijk was. Een song kon worden opengelegd, vertraagd of opnieuw van een lichaam voorzien.
NIGHTCLUBBING: KOELTE MET EEN HARTSLAG.
Op Nightclubbing uit 1981 vallen die ideeën samen. Pull Up to the Bumper ontleent veel van zijn kracht aan de verhouding tussen bas en stem. De groove is precies, maar niet stijf. Kleine accenten maken de herhaling levend. Jones hoeft daar niet bovenuit; ze wordt een onmisbaar onderdeel van die beweging.
Het titelnummer, bekend van Iggy Pop, krijgt een andere temperatuur. Waar je vertrouwd materiaal denkt te herkennen, verandert de houding. I’ve Seen That Face Before (Libertango) opent weer een andere kamer, met een melodie die buiten de gangbare poproute lijkt te lopen. De samenhang komt van Jones zelf, niet van een verplicht genre.
Dat maakt het album interessant om in zijn geheel te beluisteren. De nummers tonen verschillende oppervlakken, maar dezelfde ritmische intelligentie. Er is steeds ruimte voor spanning. Een overdreven vol arrangement zou een deel van die kracht juist wegnemen.
DE STEM WORDT HET ONDERWERP.
Living My Life zette de samenwerking voort. Op Slave to the Rhythm uit 1985, gemaakt met Trevor Horn, werd de constructie nadrukkelijker hoorbaar. Het album behandelt een muzikaal idee vanuit verschillende kanten. Herhaling, gesproken fragmenten en productie worden onderdeel van de vertelling.
Dat is geen gewone verzameling losse singles. Wie alleen het bekende nummer verwacht, hoort op de plaat een grotere, vreemdere vorm. Jones blijft herkenbaar terwijl de omgeving telkens wordt verschoven. Juist die combinatie van een sterke persoonlijkheid en veranderlijke omlijsting maakt het experiment overtuigend.
Inside Story en Bulletproof Heart brachten andere producties en accenten. Ze horen bij een loopbaan waarin Jones zich niet tot één succesvolle periode liet beperken. De stem kon een andere begeleiding krijgen zonder haar hoekigheid op te geven.
TERUGKEER MET EIGEN GEHEUGEN.
Met Hurricane verscheen in 2008 opnieuw een studioalbum. De lange afstand tot de vorige plaat is hoorbaar als extra perspectief, niet als een poging om jonger te klinken. Williams’ Blood brengt familiegeschiedenis dichtbij, terwijl Corporate Cannibal een veel dreigender gedaante aanneemt.
Het album laat zien hoe persoonlijk de figuur achter het icoon kan worden. De autoriteit blijft, maar er komen herinneringen en kwetsbaarheid naast te staan. Dat maakt Jones niet kleiner. Het maakt duidelijk hoeveel verschillende emoties in die beheerste voordracht passen.
EEN EIGEN MAAT.
De invloed van Jones gaat daardoor verder dan kleding of podiumpresentatie. Ze laat horen dat een popstem niet voortdurend toegeeflijk hoeft te zijn. Ze kan ruimte opeisen, iets achterhouden en toch toegankelijk blijven. De beste ingang is aandacht voor frasering: hoor waar zij een zin begint, waar zij stopt en wat de band in die tussenruimte doet.
ONE THING YOU DIDN’T KNOW.
SLAVE TO THE RHYTHM IS OOK EEN ALBUMIDEE.
De gelijknamige plaat onderzoekt haar centrale materiaal in verschillende vormen. Het is dus meer dan de bekende single met een rij losse nummers eromheen: de herhaling is onderdeel van het ontwerp.
THE FACTS
ESSENTIAL DISCOGRAPHY
Verschenen studioalbums, chronologisch. Livealbums, compilaties, EP’s en heruitgaven zijn niet apart opgenomen.
- 1977Portfolio
- 1978Fame
- 1979Muse
- 1980Warm Leatherette
- 1981Nightclubbing
- 1982Living My Life
- 1985Slave to the Rhythm
- 1986Inside Story
- 1989Bulletproof Heart
- 2008Hurricane
FAQ
Waar komt Grace Jones vandaan?
Grace Jones werd geboren in Jamaica en groeide deels op in de Verenigde Staten. Ze combineerde een carrière als model met muziek, film en performancekunst.
Waarom is Nightclubbing belangrijk?
Nightclubbing uit 1981 is een sleutelalbum waarin reggae, dub, new wave en disco samenkomen. De productie van Sly & Robbie geeft haar lage, beheerste zang een strakke, minimale omgeving.
Welke nummers van Grace Jones zijn het bekendst?
Pull Up to the Bumper, Private Life en I’ve Seen That Face Before (Libertango) horen bij haar bekendste opnamen. Veel daarvan zijn covers die zij volledig naar haar eigen stijl trok.
Was Grace Jones ook actrice?
Ja. Ze speelde onder meer in Conan the Destroyer, A View to a Kill en Vamp. Haar filmrollen sluiten aan bij de krachtige, zorgvuldig gevormde persona uit haar muziek en beeldwerk.
Welke Grace Jones-plaat is goed op vinyl?
Nightclubbing is de eerste keuze, gevolgd door Warm Leatherette en Living My Life. Deze drie albums tonen de vruchtbare samenwerking met Sly & Robbie en zijn in vinylheruitgaven verkrijgbaar.
Bekijk de artiestpagina van GRACE JONES voor de vinyluitgaven en meer om te ontdekken.
Lees verder in FUNK en NEW WAVE.
THE FINAL WORD.
NIEMAND ANDERS KAN DIE PLEK INNEMEN.
Grace Jones maakt van terughoudendheid een kracht. De stem, de stiltes en de groove vormen samen een persoonlijkheid die geen uitleg nodig heeft. Luister voorbij het beeld, en het beeld wordt alleen maar interessanter.