ALBUM STORY
THE FAT OF THE LAND. (The Prodigy)
Een krab op de hoes, Keith Flint in de tunnel en beats die een festival kunnen dragen. Hoe The Prodigy met The Fat of the Land de grenzen van rave oprekte.
IMAGE CREDIT: Herr Stern / Flickr, via Wikimedia Commons · The Prodigy op Rock am Ring, 6 juni 2009 · CC BY 2.0 · Geschaald, zonder uitsnede.
Klikken laadt de Spotify-player. Spotify bepaalt wat je kunt afspelen.
Open in Spotify ↗Je hoort beweging voordat je goed hebt vastgesteld waar het geluid vandaan komt. Een ritme schuift naar voren, een stem wordt herhaald, de bas neemt ruimte in. Dan breekt Smack My Bitch Up open. Op The Fat of the Land maakte The Prodigy van zulke momenten een complete plaat: muziek waarin de studio tot op de tel wordt beheerst, terwijl alles klinkt alsof het ieder ogenblik kan ontsporen.
VERDER DAN DE EIGEN SCENE.
Toen het album op 30 juni 1997 verscheen, had de Britse groep al twee heel verschillende platen achter zich. Experience droeg de snelheid en de felle kleuren van rave. Music for the Jilted Generation had dat geluid verbreed en verhard. De vervolgstap hoefde dus geen entreebewijs meer te verdienen. Er was een publiek, een herkenbare werkwijze en een enorme live-energie. Juist daardoor ontstond een nieuwe vraag: hoe voorkom je dat een eigen geluid een vaste gewoonte wordt?
Producer Liam Howlett vertelde later aan de Australische radiozender triple j dat hij na Jilted bewust buiten de ravescene wilde kijken. Gitaren kwamen daarbij goed van pas, zolang ze zich niet te netjes als gitaren gedroegen. Voor Firestarter vervormde hij een fragment uit S.O.S. van The Breeders tot een vreemd, snerpend motief. Het oorspronkelijke instrument bleef aanwezig, maar verloor zijn vertrouwde functie.
Daar zit een belangrijk verschil met eenvoudigweg een rockband en een dansritme over elkaar leggen. Bij Howlett mag iedere klank van beroep veranderen. Een stem wordt slagwerk. Een gitaar gaat klinken als een machine. Een korte drumfiguur krijgt het gewicht van een complete ritmesectie. De samenhang komt uit zijn manier van knippen, herhalen en doseren.
EEN DANSER PAKT DE MICROFOON.
Keith Flint was al een fysieke aanwezigheid op het podium voordat hij de stem van Firestarter werd. Volgens Howlett ontstond die stap spontaan: Flint hoorde de track, wilde erop zingen en ging aan de slag met woorden die bij zijn eigen personage pasten. Hun samenwerking leverde geen keurige zanger op die boven een begeleiding zweeft. Flint lijkt zich juist dwars door de muziek heen te moeten bijten.
In Firestarter hoor je hoe weinig daarvoor nodig is. Korte zinnen, veel ruimte ertussen en een stem die soms meer op een aanval dan op een melodie lijkt. Het maakt het nummer onmiddellijk herkenbaar. De zwart-witte videoclip gaf dat geluid een even direct beeld: Flint in een tunnel, met een blik en een lichaamshouding die nauwelijks om uitleg vroegen.
Belangrijk is dat dit het album niet tot één frontman terugbrengt. In Breathe vormt de wisselwerking tussen Flint en Maxim een ander soort spanning. Hun stemmen klinken als twee krachten die om dezelfde kleine ruimte draaien. De haperende riff en de droge slagwerkaccenten houden die ruimte benauwd. Je wacht voortdurend op de volgende uitbarsting, ook wanneer de beat al voluit loopt.
WAT DE DUURDERE STUDIO NIET KON VERBETEREN.
Het centrum van de opnamen was Earthbound, Howletts eigen studio in Essex. Een deel van de zang werd vastgelegd in de Londense Strongroom. Howlett produceerde en mixte het album; engineer Neil McLellan was een belangrijke partner bij het vertalen van zijn geluid naar de opnamen. De verhouding tussen die twee werkplekken is mooi terug te horen in de ontstaansgeschiedenis van Firestarter.
In zijn interview met Sound On Sound uit 1996 vertelde Howlett dat de oorspronkelijke instrumentale mix op DAT niet eenvoudig opnieuw te maken was. In Strongroom bleef daarom die bestaande opname de basis. Daar kwamen onder meer de zang en extra geluidseffecten bij. Het resultaat was geen demonstratie van hoe duur de apparatuur kon klinken. Doorslaggevend waren de slagkracht en de onderlinge spanning die de eerdere mix al bezat.
Dat hoor je aan het hele album. Sommige geluiden zijn korrelig, andere bijten scherp door de mix. Toch lopen ze niet zomaar in elkaar over. De bas en de drums hebben duidelijke plaatsen; plotseling wegvallende lagen maken de volgende inzet groter. Luister eens naar wat er verdwijnt vlak vóór een zware beat terugkomt. Howletts gevoel voor leegte is bijna net zo bepalend als zijn verzameling harde geluiden.
DE HIPHOP BLIJFT HOORBAAR.
De rockuitstraling kan verhullen hoe stevig deze plaat in sampling en hiphop staat. De openingsstem van Smack My Bitch Up komt uit Give the Drummer Some van Ultramagnetic MC’s. Verderop verschijnt Kool Keith, bekend van diezelfde groep, met een nieuwe rap op Diesel Power. Daarmee beweegt het album van een hergebruikt stemfragment naar een echte gastbijdrage, zonder dat de muzikale wereld uiteenvalt.
Diesel Power laat ook horen dat vaart niet altijd uit een hoog tempo hoeft te komen. De beat hangt zwaar, de rap beweegt er scherp overheen en kleine geluiden blijven rond de randen tikken. Het nummer heeft minder behoefte aan een groot refrein. De manier waarop stem en drums samen naar voren schuiven, draagt het geheel.
Funky Shit behandelt zijn stemfragment juist als een ritmische knop die telkens opnieuw wordt ingedrukt. De hoescredits noemen hier onder meer Root Down van Beastie Boys als samplebron. Bij Serial Thrilla wordt een fragment van Skunk Anansies Selling Jesus onderdeel van het geraamte. Zulke verwijzingen staan niet los van de songs. Ze zijn materiaal waarmee een nieuwe, eigen spanning wordt gebouwd.
ACHTER HET GESCHREEUW LIGT RUIMTE.
De bekendste singles geven maar een deel van het beeld. Midden in de openingstrack verandert de zang van Shahin Badar de lucht om het ritme heen. De melodische lijn heeft een zwevende kwaliteit die de harde ondergrond extra zichtbaar maakt. Het is een van de momenten waarop het album veel ruimer blijkt dan zijn uitdagende titels doen vermoeden.
Op Narayan krijgt dat ruimtelijke gevoel bijna negen minuten. Crispian Mills van Kula Shaker levert de zang, terwijl de track zich langzaam verplaatst van een duidelijke song naar herhaling en trance. Howlett houdt details in beweging zonder voortdurend een nieuw refrein te hoeven aankondigen. Je hoort hoe de dansvloerlogica van de groep nog steeds onder de grotere gebaren zit.
Later doet Climbatize iets vergelijkbaars zonder een prominente leadzanger. De opbouw, de lage dreiging en de steeds veranderende verhoudingen tussen de lagen maken het tot meer dan een aanloop naar de afsluiter. Het is een goed nummer om met aandacht te volgen: welk geluid trekt je oor, en op welk moment neemt iets anders die plaats over?
Daarna rondt de cover Fuel My Fire, oorspronkelijk van L7, de plaat korter en rauwer af. Saffron van Republica is een van de gaststemmen. Na de langgerekte passages klinkt deze laatste uitval bijna ongeduldig. De plaat eindigt zonder de verschillende muzikale kanten nog eens netjes met elkaar te verzoenen.
EEN KRAB ALS BOEGBEELD.
De voorkant toont geen groepsportret, maar een krab die groot en dichtbij in beeld staat. Alex Jenkins ontwierp de hoes; de natuurfoto is van Konrad Wothe. De warme kleur en de beweging rond het dier geven het beeld een vreemd soort energie. Het ziet er tegelijk alledaags en dreigend uit, precies doordat zo’n klein wezen het hele vlak mag opeisen.
Op de achterkant verschijnt de groep tussen afgedankte auto’s en industrieel afval, gefotografeerd door Pat Pope. Die ruwheid past bij de muziek, maar de voorzijde houdt het raadsel intact. Wie de hoes naast andere platen zet, herkent haar al vóór het lezen van de titel. De krab is een eigen personage geworden.
GROOT ZONDER GLAD TE WORDEN.
The Fat of the Land bereikte de eerste plaats in zowel Groot-Brittannië als de Verenigde Staten. In de Britse albumlijst stond het zes weken bovenaan. De groep bracht daarmee een geluid naar een uitzonderlijk groot publiek dat nog steeds vol schurende randen zat. Die schaal is belangrijk, maar verklaart niet op zichzelf waarom de plaat is blijven hangen.
Dat zit eerder in de onderlinge verschillen. De bedompte dreiging van Breathe, de rap van Diesel Power, de lange beweging van Narayan en Flints directe aanval in Firestarter werken ieder op een andere manier. Samen laten ze een groep horen die haar eigen formule openbreekt. De machines bleven het middelpunt; de mensen gaven iedere botsing een ander gezicht.
THE RECORD.
FULL TRACKLIST.
Oorspronkelijke Britse dubbel-LP uit 1997, XL Recordings XLLP 121. Tien nummers, verdeeld over vier kanten; zonder latere remixen of bonustracks.
- 01A1 · Smack My Bitch Up
- 02A2 · Breathe
- 03B1 · Diesel Power
- 04B2 · Funky Shit
- 05C1 · Serial Thrilla
- 06C2 · Mindfields
- 07C3 · Narayan
- 08D1 · Firestarter
- 09D2 · Climbatize
- 10D3 · Fuel My Fire
FINAL WORD.
DE MACHINES HADDEN EEN GEZICHT.
The Fat of the Land brengt de nauwkeurigheid van een producer en de onrust van een podium samen. De opvallendste momenten komen wanneer dat botst: een breekbare zanglijn boven een brute beat, een sample die een nieuw instrument wordt, een danser die ineens de microfoon grijpt. Daar blijft deze plaat leven.