ALBUM STORY
VOODOO. (D'Angelo)
Jaren in Electric Lady, een ritme dat blijft schuiven en een koor van één stem. Hoe D'Angelo met Voodoo soul opnieuw liet bewegen.
IMAGE CREDIT: Roquai / Wikimedia Commons — D'Angelo op Pori Jazz, Finland, 20 juli 2012. CC BY-SA 3.0. Bestaande uitsnede; beeld geschaald.
Klikken laadt de Spotify-player. Spotify bepaalt wat je kunt afspelen.
Open in Spotify ↗Het duurt even voordat Voodoo zijn vorm helemaal laat zien. De bas lijkt naar achteren te leunen, de drums zetten daar eigen accenten tegenover en D'Angelo zingt alsof zijn stem uit verschillende hoeken van de kamer komt. Alles beweegt, maar de onderdelen vallen niet keurig boven op elkaar. Precies daar zit de aantrekkingskracht van deze plaat: in de kleine afstanden tussen muzikanten die elkaar uitzonderlijk goed aanvoelen.
Wil je de verschuivingen in die groove zelf horen? Bekijk Voodoo van D'Angelo op vinyl bij SJELF.
Toen het album op 25 januari 2000 verscheen, lag Brown Sugar bijna vijf jaar achter hem. D'Angelo had met dat debuut een duidelijke plek verworven binnen de soul en r&b. Voor zijn tweede album nam hij uitgebreid de tijd. Het resultaat bestaat uit dertien lange, soms moeilijk te ontwarren songs die hun eigen tempo bepalen. De bekendste single is maar één toegang tot die wereld.
EEN STUDIO ALS ONDERZOEKSRUIMTE.
Electric Lady in New York was een bewuste keuze. D'Angelo en technicus Russell Elevado bestudeerden onder meer de credits van Stevie Wonders albums en wilden werken in de studio die daarin terugkwam. Eind 1996 begonnen de sessies. Volgens Elevado stond 1997 vooral in het teken van spelen en onderzoeken. Volledige jams werden vastgelegd voordat een definitieve songvorm noodzakelijk was.
Drummer Questlove beschreef later hoe oude concertopnamen en televisiebeelden deel uitmaakten van dat proces. De muzikanten keken, speelden mee en onderzochten wat een uitvoering liet werken. Soms groeide een klein fragment uit een lange jam uit tot het uitgangspunt voor een song. Kennis van oudere muziek kreeg zo een praktische toepassing: handen op instrumenten, een ritme proberen, opnieuw beginnen.
Die werkwijze helpt het karakter van Voodoo te begrijpen. Een nummer kan lang op dezelfde plek blijven en toch veranderen. Een extra stem, een verschoven aanslag of een kort instrumentaal antwoord is genoeg om de aandacht te verplaatsen. Het album vraagt ruimte voor gebeurtenissen die in een vluchtige beluistering gemakkelijk verdwijnen.
DE RUIMTE TUSSEN DE TELLEN.
Een groot deel van de spanning ontstaat doordat de ritmische onderdelen een eigen positie innemen. Het is te eenvoudig om te zeggen dat alles achter de tel ligt. De aantrekkingskracht zit juist in het onderlinge verschil: een basnoot kan zwaar landen terwijl een drumaccent de beweging elders legt. Daarboven rekt D'Angelo woorden uit of trekt hij ze samen tot bijna instrumentale klanken.
Playa Playa geeft die speelruimte meteen aan. Als openingsnummer maakt het duidelijk dat een groove hier tijd krijgt om zich vast te zetten. De herhaling werkt als een vloer waar steeds andere details overheen bewegen. Je kunt de zang volgen, maar ook naar de manier luisteren waarop de begeleiding rond dezelfde puls blijft cirkelen.
Chicken Grease maakt die lichamelijke kant nog tastbaarder. Korte accenten en het samenspel geven de muziek een hoekige veerkracht. Daartegenover staat de zachtere beweging van One Mo'Gin. Het album wisselt voortdurend tussen zulke dichtheden. Daardoor blijft de lange speelduur gedragen door verschillen in gevoel, ook wanneer de muziek geen haast maakt met een volgende grote wending.
ÉÉN STEM, VEEL LAGEN.
Russell Elevado speelde een belangrijke rol bij het vastleggen en mengen van deze wereld. Hij had al aan Brown Sugar gewerkt en was op Voodoo betrokken bij opname en mix. Zijn analoge werkwijze gaf de muzikanten en hun klank een centrale plaats. Dat betekent overigens niet dat iedere song een onbewerkte uitvoering van een hele band is. Het album combineert samenspel met zorgvuldig opgebouwde opnamen.
Dat is vooral in de zang goed te volgen. D'Angelo kan tegelijk vooraan en op de achtergrond aanwezig lijken. Een hoofdmelodie wordt omringd door zachte antwoorden, falset en stemmen die tegen elkaar aan schuren. De tekst is daardoor niet altijd onmiddellijk duidelijk. De stem draagt behalve woorden ook ritme, kleur en spanning.
Wie alleen de leadzang probeert te isoleren, mist een deel van het arrangement. Bij Send It On ontstaat warmte juist door de manier waarop de stemmen elkaar omgeven. Bij The Line krijgt herhaling iets aandringends. De zangpartijen vullen de songs niet simpelweg op; ze bepalen hoe dichtbij of ongrijpbaar de verteller aanvoelt.
EEN GITAAR DIE OOK BAS IS.
Een bijzonder hoofdstuk in de bezetting is de bijdrage van Charlie Hunter. Op zijn achtsnarige instrument kan hij bas- en gitaarpartijen tegelijk spelen. In een later interview vertelde hij dat D'Angelo hem had benaderd nadat hij hem op televisie had gezien. Zo kwam Hunter terecht in Electric Lady, samen met D'Angelo en Questlove.
Hunter bracht de compositie voor The Root mee. Spanish Joint had D'Angelo juist al uitgewerkt: hij demonstreerde het stuk op een Rhodes, inclusief de basbeweging. Volgens Hunter werden de basisuitvoeringen met een kleine bezetting vastgelegd, waarna andere partijen konden worden toegevoegd. Dat verklaart hoe een rijk arrangement toch een directe kern kan behouden.
Deze twee nummers belonen aandacht voor de onderste laag van de muziek. De bas is een melodische deelnemer die de harmonie voortbeweegt. Daarboven blijven kleine gitaarfiguren ruimte zoeken. Vooral Spanish Joint brengt een heldere, springende energie in het album. De plaat wordt lichter zonder haar ritmische spanning te verliezen.
VERSCHILLENDE DEUREN NAAR HETZELFDE ALBUM.
Hoewel D'Angelo het project leidde, maakten enkele andere producenten een herkenbare bijdrage. DJ Premier produceerde Devil's Pie, dat al in 1998 verscheen. Raphael Saadiq werkte mee aan de productie van de twee afsluitende nummers, Untitled (How Does It Feel) en Africa. Ook Method Man en Redman kregen ruimte: hun stemmen maken Left & Right tot een uitgesproken rapontmoeting binnen de plaat.
Dat verschil in aanpak houdt de muziek beweeglijk. Devil's Pie heeft een kaal, scherp profiel. De rapbijdragen op Left & Right zetten de woorden nadrukkelijker op de voorgrond. Later kan het album weer uitwaaieren in een arrangement waarin stemmen en instrumenten meer in elkaar overlopen. Die overgangen maken het interessant om de volledige volgorde te volgen.
Untitled bouwt vervolgens ruim zeven minuten aan één grote spanningsboog. Het begint met ruimte en groeit door de zang steeds verder open. De herhaling wordt intenser, het bereik groter, totdat de opname abrupt stopt. Dat einde laat de opgebouwde energie nog even in de kamer hangen. Daarna geeft Africa het album een ander soort afsluiting, met een zachtere, meer beschouwende beweging.
WAT HET BEELD NIET VERTELT.
De videoclip van Untitled maakte D'Angelo's lichaam tot een veelbesproken onderwerp. Het ontblote bovenlijf en de nabije camera werden voor een groot publiek bijna even herkenbaar als de muziek. Ook de albumhoes bracht zijn lichaam nadrukkelijk in beeld. Die beeldtaal past bij de intimiteit van de plaat, maar kan de aandacht gemakkelijk beperken tot één aspect ervan.
Op het album zelf is de ruimte groter. Verlangen staat naast familie, geloof en twijfel. De lange instrumentale passages en het zorgvuldige samenspel vragen bovendien om een andere aandacht dan een stilstaand beeld kan vasthouden. Het loont daarom om de bekende videoclip even los te laten en opnieuw te beginnen bij Playa Playa.
Het brede publiek vond de plaat wel degelijk. Voodoo kwam in de Verenigde Staten op nummer één binnen. Bij de Grammy Awards van 2001 won het de prijs voor beste r&b-album; Untitled kreeg daarnaast de onderscheiding voor mannelijke r&b-zang. Die erkenning onderstreept hoe ver deze eigenzinnige muziek kon reiken.
VIER KANTEN OM IN TE VERDWIJNEN.
De oorspronkelijke Amerikaanse vinyluitgave verdeelt de dertien nummers over twee lp's. Dat geeft de volgorde herkenbare rustpunten. Kant B eindigt met One Mo'Gin; na het omdraaien openen The Root en Spanish Joint een ander deel van het samenspel. Op de laatste kant staan Greatdayndamornin' / Booty, Untitled en Africa achter elkaar.
Die onderbrekingen zijn een uitnodiging om opnieuw aandacht te geven. Ze maken vinyl hier vooral tot een prettige manier om het album te volgen, zonder iets te hoeven beweren over een automatisch betere klank. Het verhaal zit in de opnamen zelf. Hoe vaker de verschillende partijen herkenbaar worden, hoe duidelijker het wordt hoeveel mensen en keuzes achter die ogenschijnlijke losheid schuilgaan.
THE RECORD.
FULL TRACKLIST.
Oorspronkelijke Amerikaanse dubbel-lp, Virgin (2000). Dertien tracks verdeeld over vier kanten. Latere uitgaven kunnen in presentatie of speelduur afwijken.
- 01A1. Playa Playa
- 02A2. Devil's Pie
- 03A3. Left & Right (feat. Method Man & Redman)
- 04B1. The Line
- 05B2. Send It On
- 06B3. Chicken Grease
- 07B4. One Mo'Gin
- 08C1. The Root
- 09C2. Spanish Joint
- 10C3. Feel Like Makin' Love
- 11D1. Greatdayndamornin' / Booty
- 12D2. Untitled (How Does It Feel)
- 13D3. Africa
FINAL WORD.
LAAT HET RITME VERSCHUIVEN.
Volg bij een volgende draaibeurt eens alleen de bas, daarna de drums en pas daarna de stemmen. Voodoo verandert wanneer je aandacht zich verplaatst. De songs blijven dezelfde, maar hun onderlinge beweging geeft telkens iets anders prijs.