SJELF. STORIES WORTH KNOWING.

MUSIC EXPLAINED

THE CASSETTE.

6 MIN READ WORDS BY SJELF.
Stapel vintage cassettebandjes op een donkergroene ondergrond

IMAGE CREDIT: SJELF. — originele AI-illustratie.

De klik van de afspeelknop. Een korte stilte, een zacht geruis, dan het eerste nummer. Een cassette kondigde zichzelf aan voordat de muziek begon. Je zag aan de spoeltjes hoeveel er nog kwam en je wist dat er ergens een kant B op je wachtte. In dat kleine doosje zat meer dan een opname. Er zat tijd in: de tijd die iemand had genomen om muziek te kiezen, op te nemen en aan jou door te geven.

A SMALL BOX, A BIG CHANGE.

Philips presenteerde de Compact Cassette in 1963 in Berlijn. Achter het systeem stond het team rond Lou Ottens in het Belgische Hasselt. Het uitgangspunt was praktisch: maak opnemen eenvoudiger en het apparaat klein genoeg om mee te nemen. Bij een gewone bandrecorder moest je losse spoelen plaatsen en tape langs de koppen voeren. De cassette stopte beide spoelen in één beschermende behuizing.

Dat veranderde de toegang tot geluid. Je hoefde geen technicus te zijn om een stem, een repetitie of een radioprogramma te bewaren. Een cassette plaatsen en op opnemen drukken was voldoende. Philips stelde het systeem onder technische voorwaarden beschikbaar aan andere fabrikanten. Zo kon hetzelfde bandje in apparaten van verschillende merken werken. Die uitwisselbaarheid bleek minstens zo belangrijk als het formaat.

MUSIC WRITTEN IN MAGNETISM.

Een gewone audiocassette bewaart geluid analoog. De band heeft een laag magnetisch materiaal. Tijdens het opnemen maakt de opnamekop daarin een patroon dat overeenkomt met het elektrische muzieksignaal. Bij het afspelen beweegt de band langs een weergavekop, die de veranderende magnetisatie weer omzet in een elektrisch signaal. Daarna maken versterker en luidsprekers of hoofdtelefoon er hoorbaar geluid van.

De band beweegt met ongeveer 4,8 centimeter per seconde. Een aangedreven metalen asje en een rubberen aandrukrol houden die beweging zo gelijkmatig mogelijk; de spoelen zorgen voor het afwikkelen en opnemen van de tape. Dat onderscheid doet ertoe. Een onregelmatige bandsnelheid laat ook de toonhoogte schommelen. Bij een lang aangehouden pianotoon valt dat eerder op dan midden in een druk refrein.

Een stereo-opname gebruikt twee sporen voor links en rechts. Na het omdraaien komen de sporen voor de andere kant aan bod. Het zijn dus geen twee losse stukken tape, maar verschillende delen van de breedte van dezelfde band. Een C60 biedt ongeveer dertig minuten per kant, een C90 ongeveer vijfenveertig. De beperking is voelbaar: je kunt een kant niet eindeloos langer maken omdat er nog één goed nummer ontbreekt.

THE MIXTAPE WAS A PERSONAL MESSAGE.

Bij een playlist kun je de volgorde achteraf blijven veranderen. Een mixtape vraagt eerder om een besluit. Wat wordt de opening? Hoe kom je van een uitbundig nummer naar iets kleins? Waar eindigt kant A? Die vragen maken van losse liedjes een verhaal, zelfs wanneer de maker dat nooit zo zou noemen.

Stel je een bandje voor dat begint met een heldere popmelodie en eindigt met een trage baslijn. De overgang is ook een manier om iemand iets over jouw smaak te vertellen. Het handschrift op het inlegkaartje hoort erbij. Een doorgestreepte titel, een lege regel, een datum: het object bewaart sporen van de samensteller die een automatisch gegenereerde lijst niet vanzelf heeft.

Het opnemen zelf vroeg aandacht. Bij een opname in normale snelheid moest een nummer werkelijk voorbijgaan. Dat maakte een bandje voor iemand samenstellen tot een kleine investering. De ontvanger kreeg muziek én het bewijs dat iemand een tijdje aan hem of haar had gedacht.

Een mixtape vertelde niet alleen welke muziek je goed vond. De volgorde vertelde waarom.

THE WORLD GOT A HEADPHONE SOCKET.

Cassettes vonden hun weg naar autoradio's, draagbare spelers en radiocassetterecorders. Met de eerste Sony Walkman, de TPS-L2 uit 1979, kreeg het persoonlijke luisteren een bijzonder invloedrijke vorm. Een compacte stereospeler en een lichte hoofdtelefoon maakten een eigen soundtrack onderweg vanzelfsprekender. Opnemen was bij dit apparaat juist weggelaten.

Dat is een opmerkelijke verschuiving. Het bandje dat aantrekkelijk was omdat je er zelf geluid op kon vastleggen, werd ook de drager waarmee je de buitenwereld tijdelijk anders kon ervaren. Het ritme van je wandeling ontmoette het ritme van de muziek. Een alledaagse busrit kon ineens aanvoelen als een scène.

De boombox bood een tegenovergestelde ervaring: dezelfde drager, maar geluid dat je met anderen deelde. Cassettecultuur bestond zowel uit afzondering achter een hoofdtelefoon als uit samen luisteren rond een luidspreker. Het doosje schreef niet voor hoe sociaal muziek moest zijn.

WHY TAPE HISSES.

Magneetband en de elektronica daaromheen zijn niet volledig stil. Vooral tijdens zachte passages hoor je dat als ruis. Opnemen op een laag niveau laat weinig afstand tussen muziek en achtergrondruis. Een te hoog niveau kan juist vervorming veroorzaken. Een goede opname zoekt ruimte tussen die twee grenzen.

Ruisonderdrukking, zoals Dolby B op veel oudere decks, werd ontwikkeld om die afstand te vergroten. Bij opname en weergave werken daarbij bij elkaar horende bewerkingen samen. De juiste instelling doet er dus toe; de afspeelstand moet passen bij de manier waarop het bandje is opgenomen. Het is geen knop die elke willekeurige cassette vanzelf mooier maakt.

Ook de tapeformulering en het deck bepalen wat je hoort. Normale, chroomachtige en metaalbanden vragen verschillende opname-instellingen. Voeg daar de toestand van de koppen, de afregeling en slijtage aan toe en duidelijk wordt waarom twee cassette-opnamen zo verschillend kunnen klinken. “Het cassettegeluid” is geen enkel vast geluid.

THE BEDROOM BECAME A STUDIO.

De cassette bood muzikanten meer dan een manier om een demo te versturen. Met meersporenrecorders kon je afzonderlijke partijen na elkaar opnemen. Eerst gitaar, daarna zang, vervolgens een extra stem: een klein apparaat maakte het mogelijk om op jezelf te reageren alsof er een band in de kamer stond.

TEAC introduceerde de viersporige 144 in 1979. Bruce Springsteen gebruikte zo'n recorder thuis voor de opnamen achter Nebraska, zijn album uit 1982. Luister naar State Trooper: de beperkte bezetting laat veel ruimte rond stem en gitaar. Die nabijheid ontstaat uit uitvoering en productie samen. Het succes van zo'n opname bewijst niet dat technische beperkingen automatisch goede muziek opleveren, maar wel dat een overtuigende uitvoering niet op een grote studio hoeft te wachten.

ONE THING

FOUR TRACKS ARE NOT TWO SIDES.

Een cassette uit een meersporenrecorder is niet zomaar een gewone stereocassette. Zulke machines kunnen de beschikbare sporen anders gebruiken en op een andere snelheid werken. De gemengde eindopname is iets anders dan het oorspronkelijke werkbandje.

WARMTH IS NOT A SPECIFICATION.

De cd en later digitale bestanden namen veel praktische bezwaren weg: direct een nummer kiezen, geen bandtransport en geen ruis van de drager zelf. Toch kan het plezier van cassette blijven bestaan. Je kiest één doosje, legt het klaar en laat een kant lopen. Dat ritueel is echt, ook als een andere drager de opname nauwkeuriger weergeeft.

Wie een cassette warm vindt klinken, kan reageren op de opname, de afspeelapparatuur, een afgezwakte hoge frequentie of vervorming. Soms is dat aangenaam, soms verdwijnt juist detail. Vergelijk daarom niet alleen dragers, maar ook de gebruikte versie van een album. Een andere mastering kan meer verschil maken dan het materiaal waarin de muziek verpakt zit.

THE FINAL WORD

PRESS PLAY. GIVE IT TIME.

De grootste uitvinding van de cassette was misschien wel de ruimte die zij aan de luisteraar gaf. Je kon muziek bewaren, herschikken, opnemen en meenemen. Vandaag hoeven we de ruis niet te romantiseren om die vrijheid te waarderen. Draai een bandje om en luister naar de keuze die iemand ooit maakte. Ook kant B verdient de tijd.

KEEP DIGGING.

CONTINUE READING.

Lees verder over de artiesten, klanken en achtergronden uit dit verhaal.

Stapel platen in papieren hoezen met een zwarte lp ervoor

MUSIC EXPLAINED

VINYL.

Een andere manier om muziek fysiek te bewaren.

Van de eerste lp tot de moderne persing: hoe vinyl werkt, waarom de groef zo bijzonder is en wat mastering en afstelling veranderen.

READ THE STORY
Stapel cd-doosjes en zilveren compact discs met een los schijfje ervoor

MUSIC EXPLAINED

THE COMPACT DISC.

De digitale opvolger in veel muziekcollecties.

Hoe de cd muziek veranderde: van Philips en Sony tot laser, digitale audio, foutcorrectie en de waarde van een tastbare verzameling.

READ THE STORY
Draagbare cassettespeler met lichte hoofdtelefoon en een losse cassette op een houten tafel.

MUSIC EXPLAINED

THE EIGHTIES.

Het tijdvak van de Walkman en de mixtape.

MTV, synthesizers, drumcomputers, hiphop, house, techno en de compact disc veranderden in de jaren tachtig niet alleen het geluid van muziek, maar ook hoe...

READ THE STORY