ARTIST STORY
ARCTIC MONKEYS.
Van Sheffieldse nachten tot filmische studioplaten: Arctic Monkeys veranderde van geluid, maar hield zijn scherpe blik.
IMAGE CREDIT: Raph_PH / Wikimedia Commons · Alex Turner met Arctic Monkeys, Emirates Stadium, Londen, 18 juni 2023 · CC BY 2.0 · Responsief uitgesneden.
Klikken laadt de Spotify-player. Spotify bepaalt wat je kunt afspelen.
Open in Spotify ↗De eerste seconden van ‘I Bet You Look Good on the Dancefloor’ lijken geen afstand te dulden. Gitaren vallen binnen, de drums jagen door en Alex Turner zingt alsof het gesprek anders alweer voorbij is. Jaren later laat ‘There'd Better Be a Mirrorball’ een heel andere ruimte ontstaan: bedachtzaam, met strijkers en een stem die de woorden laat hangen. Het zijn geen twee willekeurige bands. Het is Arctic Monkeys, telkens op zoek naar een andere manier om dezelfde scherpte te laten horen.
SHEFFIELD, DICHT OP DE HUID.
Arctic Monkeys begint in 2002 rond vrienden in Sheffield. Alex Turner, Jamie Cook, Matt Helders en bassist Andy Nicholson vinden elkaar in muziek die direct moet werken. De vroege liedjes observeren het uitgaan, de gesprekken en de kleine sociale botsingen in hun omgeving. Turner bezingt geen onbereikbare wereld. Hij hoort hoe mensen zich groter voordoen, hoe een avond kan omslaan en hoeveel een korte opmerking verraadt. Zijn accent en formuleringen horen bij de ritmiek van de nummers.
De bekendheid groeit al voordat het debuutalbum verschijnt. Demo's gaan van hand tot hand en worden door luisteraars verder gedeeld. Dat vroege internetverhaal is vaak het belangrijkste etiket geworden, maar de liedjes hebben meer te bieden dan een nieuwe verspreidingsroute. Ze zitten vol scherpe overgangen en kleine scènes. De band kan tegelijk hoekig en dansbaar klinken, mede doordat Helders zoveel beweging in een maat stopt zonder de richting kwijt te raken. De muziek heeft haast, maar is niet ondoordacht.
Whatever People Say I Am, That's What I'm Not verschijnt in 2006. De lange titel past bij een debuut dat zijn eigen stem wil houden. ‘The View from the Afternoon’ zet de toon met een ritmesectie die voortdurend aanspoort. ‘When the Sun Goes Down’ verandert van een bijna vertellende opening in een veel fellere uitvoering. En in ‘A Certain Romance’ vindt de band aan het einde ruimte voor een blik die minder eenvoudig is dan alleen spot of afkeer. De omgeving blijft ook een plek waar mensen bij elkaar horen.
SNELLER, MAAR OOK DONKERDER.
In 2006 verlaat Nicholson de band en wordt Nick O'Malley de vaste bassist. Met Turner, Cook en Helders vormt hij het kwartet dat de volgende albums maakt. Favourite Worst Nightmare volgt in 2007 en verspilt weinig tijd. ‘Brianstorm’ heeft een onrustige, bijna gespierde vaart; de instrumenten lijken elkaar voortdurend op de hielen te zitten. Toch kan dezelfde plaat in ‘505’ langzaam spanning opbouwen. De groep begint steeds beter te begrijpen hoeveel effect een uitgestelde uitbarsting heeft.
Dat is een belangrijk onderdeel van hun ontwikkeling. Arctic Monkeys wordt niet uitsluitend interessanter door extra instrumenten of ingewikkeldere arrangementen. De plaats van een stilte verandert al veel. Een baslijn die blijft staan terwijl de zang beweegt, geeft een andere druk dan een gitaar die elke tel invult. Op het tweede album hoor je een band die de directheid van het debuut bewaart en tegelijkertijd minder voorspelbaar met de route naar een refrein omgaat.
Humbug uit 2009 laat vervolgens meer schaduw binnen. De samenwerking met Josh Homme, naast producer James Ford, hoort bij die omslag. Gitaren kunnen stroperiger klinken, ritmes krijgen meer gewicht en de teksten bewegen verder weg van een rechtstreeks verslag van een avond uit. ‘Crying Lightning’ heeft een kronkelende spanning; ‘Cornerstone’ gebruikt juist een heldere melodie om een ongemakkelijk verhaal te dragen. Turner blijft observeren, maar de camera staat niet meer vanzelf op dezelfde straathoek.
MELODIE EN GROOVE KRIJGEN RUIMTE.
Wie Humbug als definitieve bestemming zag, krijgt met Suck It and See in 2011 alweer een ander beeld. De melodieën treden duidelijker naar voren en sommige gitaren krijgen een lichtere glans. Tegelijk houdt ‘Don't Sit Down 'Cause I've Moved Your Chair’ een stevige, zware basis. Die combinatie is kenmerkend: de band maakt zelden een volledige schoonmaak tussen twee platen. Eerdere manieren van spelen blijven aanwezig, maar krijgen een andere plaats in het geheel.
Met AM uit 2013 wordt groove het bindmiddel. De riff van ‘Do I Wanna Know?’ hoeft niet snel te zijn om het nummer vooruit te trekken. Ze blijft terugkomen, terwijl zang, achtergrondstemmen en drums de spanning verschuiven. ‘R U Mine?’ kiest voor meer directe aandrijving. ‘Why'd You Only Call Me When You're High?’ laat de ritmesectie juist betrekkelijk weinig doen en haalt daar veel effect uit. De instrumenten staan ruimer uit elkaar dan op het debuut; de leegte is deel van het arrangement.
Turners zang verandert mee. Hij kan een zin dichter tegen de tel leggen of erachter blijven hangen. De hoge achtergrondstemmen geven sommige nummers een zachte tegenkleur bij de donkere gitaarbasis. Dat maakt AM herkenbaar zonder dat ieder liedje dezelfde vorm nodig heeft. De plaat voelt als een reeks nachtelijke scènes met verwante belichting. Je herkent de kamer, maar niet ieder gesprek dat er plaatsvindt. Juist die samenhang maakt het album sterker dan een verzameling losse grote nummers.
EEN HOTEL WAAR DE TIJD ANDERS LOOPT.
Na AM had een vervolg met dezelfde riffs voor de hand gelegen. Tranquility Base Hotel & Casino uit 2018 kiest een merkwaardigere route. Piano en toetsen krijgen een grotere rol, Turner neemt een lossere vertellende houding aan en het denkbeeldige maanhotel biedt een decor voor scheve observaties. De muziek vraagt meer geduld. Een zin hoeft niet meteen een refrein aan te kondigen; soms blijft een arrangement juist hangen op het moment waarop je een uitbarsting verwacht.
De band verdwijnt daarbij niet achter de zanger. O'Malleys bas en Helders' drums bepalen hoeveel een nummer kan zweven zonder zijn ondergrond te verliezen. Cook gebruikt gitaar als kleur en tegenstem. Luister naar ‘Four Out of Five’: onder de theatrale presentatie blijft de muziek zorgvuldig in beweging. Het is gemakkelijk om alleen op de vreemde beelden en de veranderde stem te letten. Maar het kwartet maakt die andere wereld gezamenlijk geloofwaardig, juist doordat het niet voortdurend de aandacht op ieder afzonderlijk instrument vestigt.
Ook voor wie de vroege energie mist, is het interessant om deze plaat naast het debuut te zetten. De snelheid is anders, het decor ook, maar Turners aandacht voor gedrag blijft. Vroeger kon één opmerking een hele avond typeren; hier kunnen terloopse zinnen een grotere vervreemding oproepen. De muziek laat je niet op precies dezelfde manier dichtbij komen. Dat verschil hoort bij de aantrekkingskracht én bij de discussie rond deze band: iedere nieuwe plaat kan een andere luisterhouding vragen.
THE CAR KIEST VOOR DETAIL.
The Car verschijnt in oktober 2022 als zevende studioalbum. James Ford produceert de tien nieuwe nummers. Strijkers maken de klank ruimer, maar de plaat draait niet voortdurend op groot gebaar. ‘There'd Better Be a Mirrorball’ houdt veel in; ‘Body Paint’ kan vanuit een beheerste opening naar een stevigere banduitvoering bewegen. In ‘I Ain't Quite Where I Think I Am’ krijgt de ritmische onderlaag een andere soepelheid. De nummers zijn verschillend, maar delen een aandacht voor wat er tussen de duidelijke accenten gebeurt.
Het mooie is hoe de arrangementen ruimte aan onzekerheid laten. Een stem kan even alleen lijken te staan, waarna een instrument het perspectief verschuift. Strijkers betekenen hier niet automatisch dat ieder gevoel wordt onderstreept. Soms maken ze een scène juist moeilijker vast te pakken. Arctic Monkeys gebruikt de grotere klankwereld om te nuanceren. Wie alleen op een vertrouwde riff wacht, mist een deel van wat er ondertussen in de achtergrond wordt verteld.
In 2026 levert de groep ‘Opening Night’ aan HELP(2), het gezamenlijke benefietalbum voor War Child dat op 6 maart verschijnt. Dat is een nieuwe bijdrage van de band, maar geen achtste eigen studioalbum. Het onderscheid is relevant bij een catalogus waarin ook liveopnamen en losse releases circuleren. De zeven studioalbums vormen hieronder de doorgaande route; zo blijft zichtbaar hoe iedere volwaardige plaat een eigen muzikale omgeving opent.
ONE THING YOU DIDN'T KNOW.
De foto op de hoes van The Car is gemaakt door drummer Matt Helders. Het beeld bestond al voordat het de albumhoes werd. In interviews vertelt de band hoe die foto vervolgens invloed kreeg op Turners ideeën voor de plaat. Helders levert hier dus niet alleen ritme: een blik door zijn camera helpt ook het decor van het album te bepalen.
ZEVEN PLATEN, MEERDERE INGANGEN.
Op vinyl is de ontwikkeling goed in afzonderlijke stappen te volgen. Het debuut legt de nadruk op vaart en observatie, Humbug op spanning en AM op samenhangende grooves. De twee latere platen vragen aandacht voor frasering en kleur. Er bestaat geen verplicht eindpunt waar je de band het best zou moeten vinden. Kies een ingang en draai daarna een andere periode. Dat maakt de veranderingen concreter dan een discussie over welke versie van Arctic Monkeys de echte zou zijn.
THE FACTS
SHEFFIELD
MATT HELDERS & NICK O'MALLEY
AM
ESSENTIAL DISCOGRAPHY
Alle zeven verschenen studioalbums, chronologisch. EP's, livealbums en bijdragen aan gezamenlijke projecten zijn niet als eigen studioalbum meegeteld.
- 2006Whatever People Say I Am, That's What I'm Not — Snelle gitaren en scherpe scènes uit het uitgaansleven.
- 2007Favourite Worst Nightmare — Meer druk, abrupte bochten en de langzame ontlading van ‘505’.
- 2009Humbug — Zwaardere schaduwen, kronkelende riffs en een ruimer klankbeeld.
- 2011Suck It and See — Melodische helderheid naast stevige gitaarpartijen.
- 2013AM — Donkere grooves, hoge achtergrondstemmen en zorgvuldig geplaatste riffs.
- 2018Tranquility Base Hotel & Casino — Piano, personages en een maanhotel met een eigen tijdsgevoel.
- 2022The Car — Strijkers en beheerste bandarrangementen geven ieder detail gewicht.
FAQ
Waar komen Arctic Monkeys vandaan?
Arctic Monkeys komen uit Sheffield, Engeland. Hun vroege songs werden sterk verbonden met het uitgaansleven en de alledaagse omgeving waarin de band opgroeide.
Wie is de zanger van Arctic Monkeys?
Alex Turner is de zanger, gitarist en belangrijkste tekstschrijver van Arctic Monkeys. Zijn manier van zingen veranderde mee met de ontwikkeling van de band.
Wie zijn de leden van Arctic Monkeys?
De vaste bezetting bestaat uit Alex Turner, Jamie Cook, Matt Helders en Nick O’Malley. O’Malley volgde in 2006 de oorspronkelijke bassist Andy Nicholson op.
Wat is het eerste album van Arctic Monkeys?
Het debuut heet Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not en verscheen in 2006. Daarop staat onder meer I Bet You Look Good on the Dancefloor.
Op welk album staat Do I Wanna Know?
Do I Wanna Know? staat op AM uit 2013, het vijfde studioalbum van Arctic Monkeys. Het nummer vormt de opening van die plaat.
Op welk album staat 505 van Arctic Monkeys?
505 sluit Favourite Worst Nightmare uit 2007 af. Het nummer hoort dus bij het tweede album, niet bij AM.
Bekijk de artiestpagina van Arctic Monkeys voor de vinyluitgaven en meer om te ontdekken. Ontdek de muzikale context in INDIE ROCK..
FINAL WORD.
De blik blijft scherp, het decor verandert.
Arctic Monkeys kan een zaal in beweging zetten met één riff en je later laten wachten op een zin die net buiten de maat lijkt te hangen. De verbinding zit in aandacht: voor gedrag, ritme en de kleur van een stem. Hun catalogus is het boeiendst wanneer iedere plaat de ruimte krijgt om haar eigen tempo te bepalen.